Inzicht in de batterijenverordening

Inzicht in batterijen

De ontwikkeling en fabricage van batterijen zijn strategische prioriteiten voor Europa bij de overgang naar schone energie. Het zijn ook belangrijke onderdelen in de Europese auto-industrie. De wereldwijde vraag naar batterijen neemt snel toe en zal tegen 2030 naar verwachting 14 keer zo groot zijn. Om de milieueffecten van deze groei tot een minimum te beperken en rekening te houden met maatschappelijke veranderingen, nieuwe technologische ontwikkelingen, markten en het gebruik van batterijen, heeft de Europese Commissie in 2020 een nieuwe verordening inzake batterijen voorgesteld.

De verordening is op 17 augustus 2023 in werking getreden en strekt tot intrekking van de batterijenrichtlijn (Richtlijn 2006/66/EG). De verordening voorziet evenals de richtlijn in een beperking van het gebruik van kwik en cadmium in batterijen en voorziet tevens in een nieuwe beperking voor lood in draagbare batterijen.

De verordening heeft ook tot doel:

  1. de interne markt te versterken door te zorgen voor een gelijk speelveld via gemeenschappelijke regels;
  2. een circulaire economie te bevorderen;
  3. de gevolgen voor het milieu en voor de samenleving gedurende de gehele levenscyclus van de batterij te beperken.

Beperking van gevaarlijke stoffen in batterijen

In artikel 6 van de verordening wordt het kader vastgesteld om gevaarlijke stoffen in batterijen te beperken. Zo wordt gewaarborgd dat stoffen die in batterijen worden gebruikt of die in afgedankte batterijen aanwezig zijn, geen onaanvaardbaar risico vormen voor de menselijke gezondheid of het milieu.

Uiterlijk op 31 december 2027 zal de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag indienen waarin wordt aangegeven welke stoffen in batterijen een nadelig effect hebben op de menselijke gezondheid, het milieu of recyclingprocessen.

De Commissie kan ECHA ook verzoeken een beperkingsvoorstel op te stellen overeenkomstig bijlage XV bij REACH.

Een EU-lidstaat kan ook een beperkingsvoorstel indienen.

Taken van ECHA

ECHA zal de Europese Commissie ondersteunen door:

  1. bijstand te verlenen bij het opstellen van het rapport over zorgwekkende stoffen die in batterijen aanwezig zijn of bij hun fabricage worden gebruikt (artikel 6, lid 5);
  2. op verzoek van de Commissie een beperkingsvoorstel op te stellen voor stoffen die worden gebruikt bij de fabricage van batterijen of die in batterijen aanwezig zijn wanneer zij in de handel worden gebracht (artikel 86). Dit kan het geval zijn indien de Commissie van oordeel is dat de stof die bij de fabricage van batterijen wordt gebruikt, die aanwezig is in batterijen die in de handel zijn of die aanwezig is tijdens de recycling- en afvalfasen, een risico voor de menselijke gezondheid of voor het milieu vormt dat in de Europese Economische Ruimte (EER) niet afdoende wordt beheerst;
  3. een advies uit te brengen over de doeltreffendheid van het beperkingsvoorstel om het risico (via het Comité risicobeoordeling, RAC) en de sociaaleconomische gevolgen (via het Comité sociaaleconomische analyse, SEAC) te beheersen (artikel 87).

De eisen en procedures voor het opstellen van een beperkingsvoorstel en de daaropvolgende vaststelling van beperkingen in het kader van de batterijenverordening zijn afgestemd op die van de REACH-verordening. Het gaat hierbij om beoordelingen door de comités van ECHA, raadplegingen van belanghebbenden, publicatie van alle relevante documenten tijdens de verschillende stappen van het proces op de website van ECHA en vaststelling van de beperking door de Commissie.