Naar content
Naar content

Alle beschikbare informatie inventariseren

Allereerst moet u inventariseren welke relevante informatie over het mengsel en de afzonderlijke bestanddelen daarvan reeds beschikbaar is. Het is belangrijk te weten dat voor bepaalde gevaren de indeling altijd gebaseerd is op de afzonderlijke stoffen die in een mengsel zitten. Daarom moet u een duidelijk beeld hebben van de gevaren van de stoffen in uw mengsel. Uw leveranciers vormen daarbij uw primaire bron van informatie.

 

Wat kunt u als bronnen van "alle beschikbare informatie" beschouwen?
  • Alle bestaande informatie over het mengsel en de stoffen in het mengsel, die u in huis hebt.
  • Een actueel veiligheidsinformatieblad of enig ander document met veiligheidsinformatie, afkomstig van uw leverancier(s), voor het ingevoerde mengsel of voor de stoffen en/of mengsels die in een geformuleerd mengsel moeten worden opgenomen.
  • Indeling volgens de transportwetgeving van uw leverancier.
    • Als een transportindeling heeft plaatsgevonden in overeenstemming met de modelvoorschriften van de aanbevelingen van de VN over het vervoer van gevaarlijke goederen of de modelvoorschriften voor het vervoer over de weg (ADR), per spoor (RID), over de binnenwateren (ADN), door de lucht (ICAO TI) of over de zee (IMDG), kan het nodig zijn de gevaren van de stof of het mengsel nog eens kritisch onder de loep te nemen.
    • De criteria voor de transportindeling en de CLP-criteria komen weliswaar grotendeels overeen, maar de vervoersvoorschriften hebben een ander toepassingsgebied. Daarom is bij de transportindeling niet altijd rekening gehouden met alle mogelijke gevaren van een mengsel.
  • De inventaris van indelingen en etiketteringen op de ECHA-website, met daarin:
    • Indelingen van stoffen die op EU-niveau zijn geharmoniseerd (tabel 3.1 van bijlage VI bij de CLP). De geharmoniseerde indeling en etikettering van een stof zijn in de EU en de EER juridisch bindend en bij de indeling van een mengsel dat een dergelijke stof bevat, moet daarmee rekening worden gehouden.
    • Indelingen van stoffen, zoals die door fabrikanten en importeurs zijn opgegeven in hun C&L-aanmeldingen of registratiedossiers. Dergelijke indelingen omvatten alle toepasselijke geharmoniseerde indelingen plus eigen indelingen voor gevaren die niet onder de geharmoniseerde indeling vallen.
  • De openbare databank van ECHA met informatie over geregistreerde stoffen. U kunt deze raadplegen via het veld "Chemische stoffen zoeken" op de pagina "Informatie over chemische stoffen" van de ECHA-website.
  • Andere bronnen zoals het eCHEM-portaal van de OESO en bronnen die worden vermeld in hoofdstuk 10 van het Inleidend richtsnoer voor de CLP-verordening.
  • Adviezen van internationaal erkende technische wetenschappelijke comités (vooral het Comité risicobeoordeling van ECHA) of andere informatie op de ECHA-website. Het betreft hier nieuw wetenschappelijk bewijs.

 

Welke basisinformatie hebt u nodig om te bepalen of een mengsel een fysisch gevaar of gevaar voor de gezondheid of het milieu kan opleveren?

Voor elke stof in het mengsel moet u de volgende gegevens vermelden:

a.     de identiteit van de stof ,

b.    de concentratie van de stof in het mengsel,

c.     de indeling van de stof en eventuele vastgestelde specifieke concentratiegrenzen (SCL's) of vermengvuldigingsfactoren (M-factoren),

d.    informatie over onzuiverheden en additieven in de stof, waaronder de identiteit, indeling en concentratie ervan. Over het algemeen geldt dit voor stoffen waarvan het percentage ten minste 0,1% bedraagt, maar in hoeverre de concentratie relevant is, hangt uiteindelijk af van de gevarenklasse en de stof.

Als een bestanddeel in een mengsel zelf een mengsel vormt, moet u informatie inwinnen over de stoffen in dat mengsel en over de concentratie, indeling en eventueel toepasselijke SLC's of M-factoren van die stoffen.

Volgens de CLP dient u "alle beschikbare" gegevens of informatie in ogenschouw te nemen voor het maken van een indeling.

 

Wat voor specifieke informatie hebt u nodig?

Het kan hier gaan om testgegevens over het mengsel of over de stof(fen) in het mengsel, bijvoorbeeld in de vorm van:

  • onderzoeksverslagen,
  • samenvattingen van onderzoeken,
  • relevante parameters van testgegevens (bijv. schattingen van acute toxiciteit).

 

Wat zijn concentratiegrenzen en M-factoren?

Een concentratiegrens is de minimale concentratie van een afzonderlijke stof waarbij indeling van een mengsel noodzakelijk is, of de som van concentraties van relevante stoffen wanneer de effecten van de verschillende stoffen moeten worden opgeteld.

Concentratiegrenzen kunnen voor een bepaalde gevarenklasse, onderverdeling of categorie gelden (algemene concentratiegrens, GCL) of specifiek zijn voor een stof (specifieke concentratiegrens, SCL). Op basis van de potentie van een stof kan een SCL worden vastgesteld, om de bijdrage ervan aan de indeling van een mengsel preciezer aan te duiden. SCL's worden vooral gebruikt voor gezondheidsgevaren en hebben voorrang op GCL's.

Voor de gevarenklasse "Gevaar voor het aquatisch milieu" wordt gebruik gemaakt van vermenigvuldigingsfactoren (M-factoren) en niet van SCL's. Met de M-factoren wordt een groter gewicht toegekend aan stoffen die bij de indeling van mengsels het predicaat gevaarlijk voor het aquatisch milieu hebben gekregen (categorieën Acuut 1 of Chronisch 1). Aan de hand van deze factoren worden mengsels waarin de bedoelde stoffen aanwezig zijn, ingedeeld.

Voor meer informatie zie hoofdstuk 1.5 van het Richtsnoer voor de toepassing van de CLP-criteria.

Alle beschikbare informatie inventariseren

Categories Display

Getagd als:

(klik op de tag om te zoeken naar relevante inhoud)


Route: .live2