Granulaat en strooisel op sportvelden en speelterreinen

Jarenlang hebben sporters gebruik gemaakt van allweathervelden voor voetbal, Keltisch voetbal, rugby, lacrosse en andere sporten. In deze kunstgrasvelden wordt vaak rubbergranulaat verwerkt als instrooimateriaal om ze duurzamer en weerbestendig te maken, en ook voor extra schokdemping en grip.

Voor de toplaag van speelterreinen wordt ook vaak rubberstrooisel gebruikt onder schommels, glijbanen en andere speeltoestellen om de ondergrond zachter te maken, voor het geval een kind valt.

Het granulaat en strooisel zijn meestal gemaakt van restanten van afgedankte autobanden die verkleind en vermalen worden.

Het granulaat en het strooisel kunnen een aantal potentieel gevaarlijke stoffen bevatten, zoals polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), metalen en ftalaten. Er kunnen ook vluchtige organische koolwaterstoffen en semivluchtige organische koolwaterstoffen uit vrijkomen. De aanwezigheid van deze gevaarlijke stoffen heeft geleid tot bezorgdheid over de veiligheid van kunstsportvelden en -speelterreinen. 

Waaruit bestaat het gezondheidsrisico?

In juni 2016 heeft de Europese Commissie ECHA gevraagd te beoordelen of de aanwezigheid van dergelijke stoffen in gerecycleerd rubbergranulaat in synthetische speelvelden een gezondheidsrisico zou kunnen vormen voor het grote publiek, onder wie kinderen, beroepssporters en werknemers die de speelvelden installeren of onderhouden. Deze vraag werd ingegeven door claims van een verhoogd risico op kanker bij kinderen die spelen op dergelijke speelterreinen, waarvan de afgelopen jaren melding is gemaakt in de media van verschillende lidstaten.

ECHA beoordeelde de gezondheidsrisico’s door te kijken naar de bloostelling in termen van huidcontact, inslikken en inademen. De bevindingen werden gepubliceerd in februari 2017. ECHA was tot de conclusie gekomen dat het bezorgdheidsniveau door blootstelling aan granulaat hoogstens in zeer geringe mate zorgwekkend was.

De kans op het krijgen van kanker na levenslange blootstelling aan rubbergranulaat werd zeer gering geacht, gezien de concentraties PAK’s, gemeten op de Europese sportvelden waar monsters genomen waren. Deze concentraties bleken ruim onder de toepasselijke wettelijke grenswaarden te liggen.

De bezorgdheid over de aanwezigheid van zware metalen werd verwaarloosbaar geacht, aangezien de niveaus ruim onder de actuele, toegestane grenswaarden voor speelgoed in de EU liggen.

Er waren ook geen problemen in verband met de concentratieniveaus van ftalaten, benzothiazol en methylisobutylketon, omdat ook deze waarden onder de niveaus lagen die tot gezondheidsproblemen zouden kunnen leiden.

Het rapport merkte evenwel op dat als het rubbergranulaat in sporthallen gebruikt zouden worden, de vluchtige organische samenstellingen zouden kunnen leiden tot meer huid- en oogirritaties.

Waarom is verder onderzoek nodig?

In het rapport werd ook gewezen op enkele onzekerheden die nader onderzoek rechtvaardigen. Er bestond bijvoorbeeld bezorgdheid over de representativiteit van de uitgevoerde onderzoeken voor heel Europa (de genomen monsters waren niet afkomstig uit alle lidstaten).

ECHA heeft een aantal maatregelen voorgesteld om deze onzekerheden weg te nemen en goede praktijken weer te geven:

  • Overwogen moet worden een beperking in de REACH-verordening op te nemen om ervoor te zorgen dat alleen rubbergranulaat met zeer lage concentraties PAK's en andere relevante gevaarlijke stoffen worden geleverd.
  • Eigenaren en beheerders van bestaande sportvelden (outdoor en indoor) meten de concentraties PAK's en andere stoffen in het rubbergranulaat dat op hun velden worden gebruikt, en stellen deze informatie in een begrijpelijke vorm ter beschikking.
  • Producenten van rubbergranulaat en hun overkoepelende organisaties ontwikkelen richtsnoeren om fabrikanten en importeurs van (gerecycleerd) rubberinstrooimateriaal te helpen hun materiaal te testen.
  • Europese sport- en voetbalbonden en -clubs werken samen met producenten om ervoor te zorgen dat informatie over rubbergranulaat in kunstgras op een begrijpelijke manier aan sporters en het grote publiek wordt meegedeeld.
  • Eigenaren en beheerders van bestaande indoorvelden die zijn ingestrooid met rubbergranulaat zorgen voor voldoende ventilatie.
  • Sporters die gebruikmaken van synthetische speelvelden moeten elementaire hygiënische maatregelen treffen na het sporten op deze velden.

ECHA heeft zijn beoordeling naar de Europese Commissie gestuurd op 28 februari 2017.   

Wat gebeurt er om de onduidelijkheden op te heffen?

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft in december 2016 een studie gepubliceerd over de gezondheidsrisico’s van in Nederland gebruikt rubbergranulaat. Uit deze studie bleek dat het beoefenen van sport op deze velden veilig is.

Vergelijkbaar met de conclusie in het rapport van ECHA, werd in de studie de aanbeveling gedaan om de wettelijke grenswaarden voor PAK-concentraties in rubbergranulaat verder te verlagen, met name voor consumentengoederen.  

Nederland heeft deze aanbeveling opgevolgd door op 30 juni 2017 zijn voornemen aan te kondigen een beperkingsdossier op te stellen om de concentratie te beperken van acht polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) in granulaat dat gebruikt worden als vulmateriaal in kunstgrasvelden of in losse vorm voor gebruik bij sporttoepassingen en op speelvelden.

ECHA heeft dit dossier op 20 juli 2018 ontvangen.  

Waaruit bestaat dit beperkingsdossier inhoudelijk?

Het beperkingsdossier beoordeelt het risico voor de volksgezondheid van acht PAK’s voor beroepsvoetballers (inclusief doelmannen), kinderen die op de speelvelden spelen, en werknemers die de velden en speelterreinen installeren en onderhouden.

Op basis van de beoordeling beveelt Nederland aan de gecombineerde concentratiegrenswaarde voor die acht PAK’s, aangetroffen in het rubberkruim en -strooisel dat gebruikt wordt in kunstgrasvelden, synthetische speelterreinen en op andere sportfaciliteiten te verlagen tot 17 mg/kg.

De actuele concentratiegrenswaarden die van toepassing zijn voor levering aan het grote publiek zijn vastgesteld op 100 mg/kg voor twee van de PAK’s (BaP en DBAhA) en 1 000 mg/kg voor de zes andere (BeP, BaA, CHR, BbFA, BjFA, BkFA).

Volgende stappen

De comités van ECHA controleren of het beperkingsdossier in overeenstemming is met de vereisten van Bijlage XV van REACH. Zo ja, dan begint de raadpleging over het dossier in september 2018.

Zodra de raadpleging begint, hebben belanghebbende partijen zes maanden de tijd om opmerkingen te maken over de voorgestelde beperking en de verwachte gevolgen.

De ECHA-comités beoordelen het dossier en formuleren hun adviezen. Het Comité risicobeoordeling (RAC) van ECHA stelt zijn advies in juli 2019 vast. Het Comité sociaaleconomische analyse (SEAC) geeft in september 2019 zijn deskundigenadvies over het voorstel, met inachtneming van de ingediende informatie.

De adviezen van beide comités worden aan de Europese Commissie voorgelegd. Het uiteindelijke besluit wordt genomen in een comitéprocedure met toetsing waarbij de lidstaten en het Europees Parlement betrokken zijn.

Is dat alles?

Naast het Nederlandse beperkingsdossier zal ECHA ook de impact op de gezondheid en mogelijk ook de milieueffecten van andere stoffen in rubberkorrels die afkomstig zijn van afgedankte banden blijven monitoren. Dit onderzoek kan leiden tot beperking van andere stoffen.

Gepland tijdschema van beperkingsvoorstel inzake rubberkorrels

 

Intentie tot het opstellen van een beperkingsvoorstel
30 juni 2017
Oproep tot het indienen van bewijsmateriaal
23 juli - 18 oktober 2017
Workshop georganiseerd door het RIVM
24 november 2017
Indiening van het beperkingsvoorstel
20 juli 2018
Openbare raadpleging over het bijlage XV-rapport (na positieve conformiteitscontrole)
September 2018 – februari 2019
Advies van het RAC
Juli 2019
Openbare raadpleging over het advies van het SEAC
Juli 2019 - augustus 2019
Advies van het SEAC
September 2019
Indiening bij de Commissie van gecombineerd definitief advies
Onverwijld
Opstellen ontwerpwijziging van bijlage XVII (ontwerpbesluit) door Commissie
Uiterlijk 3 maanden na ontvangst van de adviezen
Besprekingen tussen de instanties van de lidstaten
2019-2020
Vaststelling van de beperking (indien akkoord bereikt)
2020