Zijn er veiliger alternatieven?

Veiligere chemische stoffen zijn een goede zaak voor de consument en voor bedrijven. Bedrijven die de stoffen gebruiken, kunnen hun imago verbeteren, wat hun economische voordelen oplevert.

De term "vervanging" houdt in dat een gevaarlijke stof wordt vervangen door een stof die een kleiner risico of geen risico inhoudt, dat het productieproces wordt aangepast of dat wordt overgeschakeld op een andere technologie. Vervanging wordt bevorderd via verschillende risicobeheersmaatregelen.

 

 

Registratie

De REACH-verordening schrijft voor dat bedrijven chemische stoffen die in de EU worden vervaardigd of in de handel worden gebracht in hoeveelheden van meer dan één ton per jaar, moeten registreren. Bij het inwinnen van informatie en het indelen van hun stof met het oog op de indiening van het registratiedossier, moeten bedrijven nagaan of bepaalde vormen van gebruik van hun stoffen niet langer wenselijk zijn omdat de stoffen niet veilig kunnen worden beheerd. In zulke gevallen kunnen bedrijven ervoor kiezen de stof niet langer te vervaardigen of te importeren, of kunnen zij het gebruik ervan afraden voor de toepassingen die problemen opleveren. De registratieverplichtingen omvatten stimulansen om fabrikanten en importeurs van chemische stoffen zover te brengen dat ze afstappen van onwenselijke vormen van gebruik van chemische stoffen en op zoek gaan naar veiligere alternatieven.

Indeling, etikettering en verpakking (CLP)

De indeling van chemische stoffen houdt in dat de gevaren van de stoffen worden gedefinieerd om ervoor te zorgen dat de stoffen op een veilige manier kunnen worden vervaardigd, gebruikt en verwijderd. In meer dan twintig Europese wetten wordt verwezen naar de indeling en etikettering van chemische stoffen, wat betekent dat zodra een stof als gevaarlijke stof wordt ingedeeld, andere wetsvoorschriften van kracht worden om het gebruik ervan te regelen. Als stoffen vanwege hun indeling niet in de handel mogen worden gebracht voor bepaalde vormen van gebruik, moeten bedrijven op zoek gaan naar alternatieven.

Zo mogen bijvoorbeeld carcinogene, mutagene of reproductietoxische stoffen niet worden gebruikt in producten die bestemd zijn voor de consument of in mengsels boven bepaalde concentratieniveaus. Hierop bestaan slechts een paar uitzonderingen.

Voor consumenten is het erg belangrijk om de etiketten op producten of mengsels te lezen en te begrijpen. Deze informatie helpt u om het product veilig te gebruiken of een minder gevaarlijk alternatief te kiezen.

 

Beperking

Beperkingen kunnen de vervaardiging, de invoer, het in de handel brengen of specifieke vormen van gebruik van een stof inperken. Als de beperking de vorm aanneemt van een verbod op alle of op specifieke vormen van gebruik van een stof, moet op zoek worden gegaan naar veiligere alternatieven. Beperkingen helpen om onaanvaardbare risico's voor de menselijke gezondheid en het milieu te voorkomen.

Voorbeelden:

  • Het gebruik van kwik is verboden in koortsthermometers en andere meettoestellen bestemd voor consumenten, zoals manometers of barometers; De meeste koortsthermometers zijn tegenwoordig elektrisch. In dit geval heeft de vervanging geleid tot technologische veranderingen.
  • De maximale concentratie zeswaardig chroom in lederartikelen is vastgelegd in een beperking. Leerlooierijen in de EU hebben alternatieve methoden ontwikkeld om huiden te looien. De productieprocessen werden verbeterd (er wordt nog steeds gewerkt met chroomverbindingen, maar de vorming van zeswaardig chroom wordt vermeden) of er wordt gebruikgemaakt van chroomvrije technieken.
Autorisatie

De kandidaatslijst bevat zeer zorgwekkende stoffen die bijzonder ernstige gevolgen hebben voor de menselijke gezondheid of het milieu. Dit is voor bedrijven een krachtige stimulans om meer inspanningen te leveren om alternatieven te vinden voor deze stoffen.

Als een zeer zorgwekkende stof wordt opgenomen in de autorisatielijst, wordt het gebruik of het in de handel brengen ervan in de EU na een specifieke datum verboden tenzij er een autorisatie is aangevraagd en verleend. Om een autorisatie aan te vragen moeten bedrijven een gedetailleerde analyse van de alternatieven voor het gebruik van hun stof verrichten. Zij moeten aantonen dat de risico's van het gebruik van de stof klein zijn. In bepaalde gevallen moeten ze ook aantonen dat de voordelen voor de samenleving groter zijn dan de risico's die het gebruik ervan met zich brengt en dat er geen geschikte alternatieven voorhanden zijn.

Als bepaalde vormen van gebruik van stoffen op de autorisatielijst eenvoudig kunnen worden vervangen, wordt er normaliter van afgestapt. De vormen van gebruik waarvoor geen geschikt alternatief bestaat, mogen blijven bestaan tot een alternatief is gevonden, voor zover deze vormen van gebruik geautoriseerd zijn.

Voorbeelden:

  • ECHA heeft vanuit de industrie geen autorisatieaanvragen ontvangen voor het gebruik van muskusxyleen, een geurstof die bijzonder persistent en bioaccumulerend is, of voor MDA (4,4′-diaminodifenylmethaan), een stof die kankerverwekkend is. Dat betekent dat na augustus 2014 enkel vervangers voor deze stoffen mogen worden gebruikt.
  • De hoeveelheid in Europa vervaardigd of geïmporteerd DEHP (bis (2-ethylhexyl)ftalaat) – een ftalaat dat vaak gebruikt wordt in artikelen van zacht pvc – is de afgelopen jaren afgenomen, en de industrie heeft veiligere alternatieven ontwikkeld. Voor het gebruik van ftalaten moet een autorisatie worden verleend.
  • De brandvertrager HBCDD (die vooral gebruikt wordt in polystyreen isolatiemateriaal) werd een aantal jaren geleden aangemerkt als persistente, bioaccumulerende en toxische stof. De industrie heeft alternatieven gevonden voor deze stof. Als bepaalde bedrijven die alternatieven niet kunnen gebruiken, vragen zij een autorisatie aan.

Uit deze voorbeelden blijkt dat er reeds vervanging heeft plaatsgevonden of dat eraan gewerkt wordt.

Biociden

Voor de goedkeuring van werkzame stoffen van biociden wordt een aantal uitsluitingscriteria gehanteerd, zoals carcinogeniteit, reproductietoxiciteit en toxiciteit in het milieu. Als aan een van die criteria is voldaan, kan de stof niet worden goedgekeurd of moet het gebruik ervan worden beperkt.

Als een werkzame stof wordt goedgekeurd voor gebruik hoewel ze aan een of meerdere uitsluitingscriteria voldoet, wordt ze beschouwd als een stof die in aanmerking komt voor vervanging. Een stof kan eveneens in aanmerking komen voor vervanging als zij voldoet aan bepaalde andere criteria die in de Biocidenverordening zijn opgenomen.

Wanneer aan deze criteria is voldaan, start ECHA een openbare raadpleging om alternatieven voor de stof te vinden. Tijdens deze raadpleging kunnen derden informatie indienen over beschikbare veiligere alternatieven, zoals andere werkzame stoffen voor biociden of niet-chemische alternatieven.

Bovendien ondergaan biociden die een werkzame stof bevatten die in aanmerking komt voor vervanging een vergelijkende beoordeling alvorens ze worden geautoriseerd. Deze beoordeling is bedoeld om na te gaan of er veiligere alternatieven bestaan op de markt. Als er veiligere alternatieven voorhanden zijn die ook doeltreffend zijn, kan het gebruik van de biocide worden verboden of beperkt.